< Dag 7  
Dag 8 - Zondag 24 maart Ademloos naar boven
Bewolkt
Ryokan Sakura in Yoshinogawa-shi - ¥ 6900 tatamikamer met diner en ontbijt
Tempel 12, Shōsanji 焼山寺.
Afstand: 19,5 km / 4 km lift naar Nabeiwa-sō
Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.
Ik ben al om 5 uur wakker. Ik voel me beetje zenuwachtig vanwege de tocht die ik vandaag ga maken. Vraag me af of ik het wel ga redden omdat ik tot nu toe te weinig lucht heb bij het trappen lopen. Na een prima ontbijt, krijg ik een bento, lunchpakket, mee met onigiri. Mijn tafelheer vertrekt als eerste, het is een echte grappenmaker en hij wil nog wel even voor me poseren in vol ornaat. Ik vertrek kort daarna om 6.30 uur, vriendelijk uitgelaten door okusan, die voor me op haar knieën gaat en zo een paar keer diep buigt. Ik krijg inderdaad veel respect en moet daar wel aan wennen. Ik maak een buiging terug en zwaai nog even. Sayōnara!
Het is kalm, grijs weer, niet koud en nauwelijks wind. En het is lekker stil op straat zo op de vroege zondagmorgen. Ik wandel rustig naar Fujidera, waar ik om 7.15 ben. Ik drink er op een bankje een café au lait en verzamel moed voor de klim van 12.9 km die bekend staat als een henro korogashi: 'plaats waar een henro neervalt'. 3 henro-san staan te reciteren en een ander loopt langs me het pad op richting Shōsanji.
Ik begin om 7.45 aan de klim, eerst is het nog een mooi glooiend bospad met een lange rij bidhuisjes, maar al snel begint het flink te stijgen. Veel ongelijke traptredes, waar ik aan de zijkant langsloop als het even kan, want zo kan ik mijn stappen beter regelen. Na een kwartier loop ik al flink te hijgen en te zweten. Dit pad is duidelijk een uitdaging voor mij, werkelijk adembenemend! Ik doe mijn vest uit en neem direct mijn eerste pufje. Dat helpt snel gelukkig. Na 3 kwartier ben ik bij rusthut Hashiyama met mooi uitzicht. En ik heb wel een pauze nodig...
Even later komt de henro-san die mij voorgegaan was hollend zonder zijn rugzak naar beneden. Hij houdt lachend de kongōzue op: de verkeerde meegenomen. Pech! Ik doe het hem dit niet na, poosje later zal hij me weer inhalen, nu met de goede stok. Ganbatte ne!
Henro-san
Mijn charmante tafelheer

Okasan
Okusan
Ik moet echt mijn krachten sparen, ik hijg als een paard en zweet als een otter. Ik zet mijn Iphone op elk uur een piepje, zodat ik gewaarschuwd word om iets te eten en drinken. Ik neem nu de oshiruko: azukibonensoep, erg lekker en zoet. Onder het lopen drink ik steeds beetje thee, ik heb in ieder geval genoeg proviand mee.

Een lange rij bidhuisjes langs het pad

Het pad gaat gestaag omhoog

Rusthut Hashiyama
Na 3.6 km ga ik zitten, gewoon op het pad, maak mijn schoenen beter vast, het is half 10 en ik moet weer even uithijgen. Maar wat een prachtig pad, ik probeer er van te genieten ondanks de ademnood, loop zo rustig mogelijk en regelmatig in- en uitademend omhoog. Ik doe er desnoods 10 uur over, kan mij het schelen, maar ik ga hier echt niet neervallen!
Tot tempel Chōdo-an is het nu nog 3.2 km. Om 10 uur ga ik weer even rusten en eet mijn uirō in een schuilhut met een mooi uitzicht. Een half uur later zie ik een bankje en plof ik neer: Kūkai zij gedankt! Het klimmen gaat echt erg moeizaam, ik heb het vreselijk warm en lucht tekort. Zo heb ik nog nooit eerder een berg moeten beklimmen. Meestal ben ik als eerste boven als Jaap en ik een tocht maken in de bergen. Mijn luchtwegen hebben echt een flinke opdonder gekregen van die klote bronchitis! Ik neem een tweede pufje en doe andere zolen in mijn schoenen en compeed op mijn hielen, want mijn voeten branden. Ik eet weer wat uirō en drink thee.
En die hoed begint me echt te hinderen, ik heb het er bloedheet onder, het zweet stroomt langs mijn gezicht. Ik doe hem af, hang hem aan mijn rugzak en loop verder met mijn zonneklep op, die heeft tenminste een zweetbandje aan de binnenkant. Ik loop weer door en kom even later langs Chodō-an. Daar staat een toilethuisje bij, iets verderop midden in het bos. Nou, ik hoef echt niet te plassen, ik zweet alles er wel uit!
Om 11 uur loop ik weer door en ik word ingehaald door de familie Mori die ik ook in Ryokan Sakura sliepen. We blijven even staan en maken een praatje. En we gaan natuurlijk samen op de foto.
Poeh, wat heb ik het warm!
Chodō-an

Met Mori-san
Het laatste stuk tot Ryūsui-an gaat naar beneden. Om 11.45 ben ik daar en ik brand er wat wierook in een klein, donkere schrijn en zeg een schietgebedje: Laat me alstublieft niet neervallen op deze berg. En ik luister naar de kikkers, die zich ergens achter tussen de stenen verstoppen. Ik probeer ze te filmen, maar ze laten zich niet zien, alleen horen. Hier ga ik wat langer uitrusten en lunchen. Ik eet de onigiri uit de bento. Er zit tot mijn verrassing een handgeschreven briefje bij. Mijn naam staat er boven in katakana, dat kan ik wel lezen, maar de rest is in hiragana en moeilijk te ontcijferen. Ik zal het later wel proberen te vertalen. Ik denk dat het de beste wensen voor mijn henro zijn van de okasan en haar zoon.
Er komen nog 2 oudere henro-san aan en een gezin: vader, moeder en zoontje. De ouders spreken allebei Engels. Ze hebben voorjaarsvakantie en lopen nu met hun zoon van 8 een paar dagen langs de tempels in Tokushima. Hoort ook bij zijn opvoeding, zeggen ze. Het is de eerste keer dat ik een kind zie die de henro loopt. Hij kan het goed aan, vertelt zijn moeder. Hij huppelt de berg op.


Klik op foto voor filmpje bij Ryūsui-an

Lunchpauze met onigiri

En ook rookpauze!
Om 12.30 gaan we allemaal weer verder. Eerst een poosje afdalen, is dat even verademing! Het jonge gezin is me al gauw ver vooruit. Daarna komt er weer een flinke klim. Ik kan nu de 2 oudere henro-san wel bijhouden, maar die gaan dan ook, net als ik, erg langzaam. Klik hier voor filmpje van de klim.
De ene man rookt bij elke pauze een sigaretje en doet zijn schoenen uit, hij heeft er duidelijk ook moeite mee. Een uur later sta ik ineens voor een groot beeld van Kūkai. Even denk ik dat ik er al ben. Maar nee, er staat een wegwijzer naast: nog 3,8 km naar tempel 12.
Ik ben blij dat het vandaag bewolkt is, in de zon zou deze tocht me nog veel zwaarder vallen.
Een kwartier later zijn we bij Jōren-an, een oude verwaarloosde tempel. Weer tijd voor een pauze. Ik eet een energiereep en drink thee. Het gezin zit er ook weer en ze delen hun azukimochi met me, lekker! Ik geef Koya-chan een hangertje met 2 blauwe klompjes. Hij is erg verlegen, maar bedankt me, op aandringen van zijn moeder, netjes in het Engels. Om 14 uur gaan we weer door. Bergafwaarts gaat het nu en ik loop in een flink tempo naar beneden, zo blij ben ik dat ik even niet naar adem hoef te snakken. Maar daar gaan mijn knieën al gauw tegen protesteren. Toch maar wat afremmen dus...

Kōbō Daishi
Nog 3.8 km...
Klik op foto voor filmpje bij Jōren-an
Een half uur later kom ik bij een klein gehucht, daar kruist het pad weg 43. De familie Mori zit er in het gras langs de weg met nog een paar henro-san. Iedereen zit mikan te eten, die liggen klaar voor ons: osettai! Mori-san geeft me er een paar. Erg lekker na zo'n inspanning. En gezellig om zo weer even te zitten en wat te praten. Ik doe mijn schoenen en sokken uit. Gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugd is dubbele vreugd. Taihen desu ne! Hai, so desu. Het is zwaar hè! Ja, dat is het. Mikan wa totemo oishii desu. Die mandarijnen zijn erg lekker.
We zijn een flink stuk gedaald, we zitten hier op 422 m en het laatste stuk naar de tempel is weer omhoog, 300 m klimmen over 1,5 km. Om 15 uur trek ik de stoute schoenen weer aan.

Vanaf weg 43 ...
...langs bloeiende bomen...
...over een riviertje...
Dit worden echt de laatste loodjes en ik heb er mijn derde en laatste pufje van vandaag voor nodig. De familie Mori gaat mij dapper voor. Geen idee hoe oud ze zijn, maar dat ene kleine vrouwtje is de moeder, dus ze zal toch zeker ver in de 70 zijn. Het is soms moeilijk te zien bij Japanse vrouwen en ze verven ook bijna allemaal hun haar tot op hoge leeftijd.
En eindelijk, na weer een uur klimmen zie ik de ingang van Shōsanji. Een mooi pad met stenen lantaarns erlangs en veel beelden langs de kant tussen de bomen. Nog stukje klimmen, paar trappen op. Ik word beloond met het mooie uitzicht en vergeet deze keer niet de bel te luiden om Boeddha te laten weten dat ik eraan kom.

...is het nog 1,5 km klimmen
Het pad naar Shōsanji
Ik rust even uit en doe dan op mijn gemak de rituelen, ik zeg 2 x de hartsoetra en bedank Kūkai voor zijn steun tijdens deze moeizame tocht. Ik kijk daarna nog wat rond en maak foto's. Als ik de stempel ga halen, vraag ik aan de 2 jonge monniken in de nōkyōsho waar de grot is. Volgens de overlevering zou Kūkai daar een draak (grote slang) in hebben opgesloten. Om die te zien moet ik nog een stuk klimmen naar de Okunoin, de begraafplaats, zeggen ze. Ik zie dat nu niet meer zitten, het is al bijna kwart voor 5 en ik wil naar mijn logies, dat is nog 3 km verder. Misschien kan ik morgenochtend hier terug komen, alles nog eens goed bekijken. Nu ben ik echt te moe. Ik zou morgen een rustdag in kunnen lassen en hier overnachten, er is een shukubo. Of een overnachting zoeken in Kamiyama. Ik ga na dit gesprek op een bankje tegenover de nōkyōsho koffie drinken (ook hierboven staan die handige automaten). Ineens bedenk ik me dat ik niet eens betaald heb voor de stempel. Ik ga terug en geef ze 300 yen. Ze moeten er erg om lachen en bedanken me uitvoerig. Ze waren gewoon zo verbaasd geweest dat een buitenlandse vrouw met lange witte vlechten een gesprek in het Japans had gevoerd met hen. Ik snap later zelf ook niet hoe ik het deed. Soms gaat het Japans heel goed en versta ik alles en een andere keer bak ik er niets van.

De klokkentoren shōrō

Er zitten hier grappige boeddha'tjes

De Daishi-dō
Ik ben bijna de laatste die de tempel verlaat, ik zie alleen nog een jongeman lopen. Ik loop nu op de gewone weg richting Nabeiwa-sō. Het is een weg met een paar flinke bochten en al snel merk ik dat dit niet de goede richting is. Geen mens en geen wegwijzers meer te zien, ik dwaal wat rond en loop dan maar terug naar de tempel. Op de parkeerplaats zie ik die jongeman net naar zijn auto gaan. Ik vraag of hij weet welke kant ik op moet voor Nabeiwa-sō. Hij zoekt het voor me op in zijn GPS en wil me wel een lift geven. Hij heet Segi Yakio, is verpleger en doet de hele henro met de auto. Hij heeft nu een lange voorjaarsvakantie omdat hij ziek is geweest: hepatitis, opgelopen in het werk. Na wat gezoek, toch verkeerd rijden en de weg vragen zet hij me tegen 17.30 af bij Nabeiwa-sō. Ik geef hem mijn naambriefje en beloof dat ik een goed woordje voor hem zal doen bij Kūkai. Segi-san, dōmo arigatō gozaimasu. Dit was mijn eerste kuruma (auto) osettai.

Nabeiwa-sō is een mooie ryokan met bloeiende bomen rondom. Ik krijg een grote kamer met uitzicht op een prachtige magnolia in volle bloei. De man die hier de boel runt zegt dat ik snel in bad moet gaan want het eten staat om 18 uur op tafel. Er slapen hier veel henro-san. Ik zie de vader van het gezin in de eetzaal zitten. En even later zit in de ofuro met moeder en zoon. Kinderen gaan hier tot een jaar of 10 met de moeder mee in het gemeenschappelijk bad. Dus onder het schrobben en haarwassen nog even kunnen napraten over onze pittige wandeling. Ik deed er bijna 8 uur over vertel ik. Zij deden het in 5 uur. Dat staat er ook wel gemiddeld voor: 4 tot 6 uur. Watashi wa yukkuri aruki henro desu, zeg ik. Ik ben een langzame wandelende henro. Maar niet neergevallen!

Nabeiwa-sō

Magnolia voor mijn raam

Om 18 uur zit iedereen frisgewassen in yukata aan tafel. Het eten smaakt me weer best. Ik heb verder geen behoefte om te praten. De Japanners hebben levendige gesprekken en drinken bier. Ik ga na het eten direct naar mijn kamer en maak mijn bed op. Deze dag heeft veel energie van me gevergd en ik ben doodop. Ik ga alleen nog een keer naar de eetzaal om een kopje thee in te schenken en daar zie ik ineens midden op een verder lege tafel mijn boeddhahangertje staan. De talisman die ik van Liesbeth gekregen. Iemand heeft het gevonden in de eetzaal, hij moet daar van mijn tas zijn gevallen. Ik had het nog niet eens gemist. Ik maak hem weer vast met een veiligheidspeld. En ik denk: Arigatō Kūkai!

Ben benieuwd hoe ik me morgen voel, of ik dan veel spierpijn heb. Nu heb ik alleen maar slaap...
Ik neem een melatonine tablet en doe oordopjes in. Het is hier nogal gehorig met zoveel mensen.

Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.
< Dag 7