<Wandelen met Kūkai - Dag 3 Untitled Document
< Dag 2  
Dag 3 - dinsdag 19 maart Voorouderdienst en Jukai
Zonnig
Ekōin in Koyasan - ¥ 10.000 tatamikamer met vegetarisch ontbijt en diner
9 km
Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.
Ik heb de tweede nacht hier veel beter geslapen en sta om 6.30 uur op. Het regent niet meer en de zon schijnt. Ik maak eerst een kort wandelingetje door de tuin en ga dan via de trap omhoog naar de Hondō. Om 7 uur begint de Zenzokuyo, de herdenkingsdienst voor de voorouders. Er zijn veel nieuwe gasten bijgekomen gisterenmiddag. De dienst begint hetzelfde als gisteren en ik let nu beter op of ik iets van de teksten kan verstaan. Dat valt niet mee, maar ineens hoor ik mijn achternaam. Ik begrijp dat dit het deel is waarin voor mijn ouders worden herdacht. Dat geeft me wel een heel bijzonder gevoel: dankbaarheid en ontroering tegelijkertijd. Als we weer 1 voor 1 naar voren mogen komen om wat kruid te branden doe ik 2 keer wat op het vuur, voor papa en voor mama en wens hun het allerbeste. Ik ben blij dat we ze samen in dezelfde kist heb gelegd op hun geliefde plek in Spanje.
Ik film aan 't eind een klein stukje van de dienst. Na afloop komt 1 van de monniken naar me toe en geeft me met een buiging 2 enveloppes. Ze bevatten de contracten waarin staat dat ze hier een jaar lang elke maand 1 keer papa en mama zullen eren en voor hun rust en eeuwige verlichting zullen bidden. Ik krijg er ook nog een doosje wierookstokjes bij. Ik bedank hem met een kleine buiging terug en zeg: Dōmo arigatō gozaimasu. Heel erg hartelijk bedankt.
De trap naar de Hondō
De trap naar de Hondō
Klik hier of op de foto voor een korte film
Klik op foto voor filmpje
Het contract voor mijn vader
Het contract voor mijn vader

Vervolgens lopen we naar de andere hal voor het Goma Vuurritueel. Dit keer zit ik aan de andere kant van het vuur naast de monnik die de taiko bespeelt. Ik weet nu waar ik op moet letten en ik film een stukje op het moment dat de jonge monnik begint met het reciteren van de Hart Soetra. Deze soetra heet zo omdat het de essentie (het hart) van ongeveer 600 Boeddhistische teksten in het Sanskriet bevat. Die essentie verwijst naar het kernbegrip shunya oftewel leegte. De Hart Soetra legt uit dat perfecte wijsheid, dat is wijsheid over of inzicht in Sunyata, een belangrijke stap op weg naar verlichting betekent. In Japan wordt deze soetra niet in het Sanskriet maar natuurlijk in het Japans gelezen en gereciteerd. Zo heb ik hem thuis ook geoefend om op te kunnen zeggen in elke tempel.

In de tuin van Ekōin
In de tuin van Ekōin
Schrijntje voor Fudō Myōō in de tuin
Schrijntje voor Fudō Myōō in de tuin
Klik hier of op foto voor korte film
Klik op foto voor filmpje
Na het ontbijt ga ik om 9 uur op weg naar de 4 tempels waarvan ik ook de stempels in mijn boek kan laten zetten. Ik wil beginnen bij Daishi Kyōkai. Onderweg daarheen kom ik langs andere mooie tempels. Monniken zijn voor de poorten de straat aan het vegen en in de tuinen aan het werk. Er staan in Koyasan in totaal 120 (!) tempels en 52 daarvan hebben een shukubo, tempellogies. Er is geen beginnen aan dus om alles hier te bekijken in 2 dagen. Ik loop ik nog een keer het tempelterrein van Kongobuji op. Alles ziet er nu veel vrolijker uit in de zon. Gisteren leek alles daar zo somber en grijs in de regen. Ik maak er nog wat foto's, waaronder een paar van details van de poort.

In de hoofdstraat van Koyasan

Een olifant als wachter voor een tempel

De Niōmon, hoofdpoort, van Kongobuji
Om even over 10 ben ik bij Daishi Kyōkai (Letterlijk: Kerk van de Grote leraar). Dit is het administratieve centrum van het Shingon Boeddhisme, ze verspreiden vanuit hier de leer van Kōbō Daishi. Ze houden er een paar keer per dag een ceremonie voor bezoekers. Ik informeer bij de receptie annex nōkyōsho of ze informatie in het Engels hebben en jawel: Ik krijg een mooie folder. De eerstvolgende dienst is om 11 uur. Die ceremonie heet Jukai, het ontvangen van de boeddhistische leefregels, de Jūzen-kai (een soort 10 geboden). Deze wordt gehouden naast de hoofdhal Henjoden, in kleinere, donkere hal met de deuren en ramen dicht. Het kost ¥ 500 = € 4. Tijdens de ceremonie zal mijn naam genoemd worden en krijg ik een bewijsje dat ik de leefregels heb ontvangen. Ik kan hierna als ik dat wil het boeddhistische pad bewandelen en mezelf boeddhist noemen. Het is dus eigenlijk een soort belijdenis. Ik besluit er aan mee te doen, ga betalen en moet mijn naam op een briefje schrijven. In katakana natuurlijk, zodat de priester het straks goed uitspreekt. Zo ga ik mijn naam schrijven op alle osamefuda, de naambriefjes: エリー ユーレンド Erii Yurendo.
De lobby zit vol met bejaarde Japanners die hier met een georganiseerde busreis zijn. Tijdens het wachten kunnen we kijken naar een animatiefilm over het leven van Kūkai. Ik versta af en toe wel iets van de tekst, maar het meeste ontgaat me. Ik heb al veel gelezen over het leven van deze monnik, dus de beelden zeggen me genoeg. De oude mensen kijken nieuwsgierig naar me en sommigen lachen me vriendelijk toe. Ze vinden het vast bijzonder om hier een westerse vrouw te zien. Ik zeg 'ohayō gozaimasu', goedemorgen. Natuurlijk vraagt er iemand waar ik vandaan kom. 'Oranda? Sugoi, chūrippu!' Holland? Geweldig, tulpen! En 'Nihongo ga jōzu desu!' Wat spreekt u goed Japans! Leuk om zo'n compliment te krijgen. Ze vragen gelukkig niet door, want dan zou ik door de mand vallen. Ik versta en spreek nog lang zo veel niet als ik had gehoopt.

De Henjoden van Daishi Kyokai

De mascotte Koya-kun staat in elke tempel

Kijken naar animatiefilm over Kūkai
We worden even voor 11 uur naar de Jukai-hal geleid, waar we voor binnenkomst wierookpoeder krijgen om onze handen ritueel mee te reinigen. De ceremonie duurt ongeveer een half uur en omdat het te donker is om mee te lezen, zegt de priester alle teksten voor en mogen we ze herhalen. Ik doe zo goed mogelijk zachtjes mee, maar het is moeilijk om de onbekende woorden voor het eerst goed na te zeggen. Ik kan wel aan het eind vol overtuiging de Gohōgō 'Namu daishi Henjō kongō', hulde aan de grote verlichte leraar, meezeggen. Die heb ik uit mijn hoofd geleerd, want die zal ik in elke tempel bij de Daishi hal 3 x opzeggen. Ik krijg bewonderende blikken van paar vrouwen die voor me zitten en knikjes van: Goed zo! Even later hoor mijn naam: Erii-san! Ik loop naar voren en krijg een klein envelopje van de priester. Ik doe gasshō en zeg arigatō.
Na afloop van de ceremonie mogen we rondkijken in de hoofdhal Henjoden, die gewijd is aan Kōbō Daishi. Bij de receptie tevens nōkyōsho krijg ik voor ¥300 mijn tweede stempel met een o-sugata erbij. Dat is een plaatje waarop een zwart-wit tekening van de boeddha van de tempel staat.
In de donkere Jukai hal


Op weg naar de Henjoden

In de Henjoden
Voordat ik naar de volgende tempel ga, kijk ik rond in een grote winkel, Juzuya, in de hoofdstraat. Daar verkopen ze alles voor pelgrims. Zowel de attributen die een henro draagt als alle souvenirs, want dat is hier goede business natuurlijk. Juzu betekent rozenkrans. Die zijn er te koop in alle soorten en maten, van heel goedkoop tot peperduur. Ik ga die niet gebruiken, wil alleen de hoed, de stok en het witte hesje straks op Shikoku dragen. Hier koop ik alvast de witte schoudertas met de opdruk 同行二人 (Dōgyō-ninin, twee mensen lopen dezelfde weg). Die zal ik de komende 2 maanden voortdurend bij me dragen. Daarin passen o.a. mijn stempelboek en routeboek. En in een paar handige voorvakjes de doosjes met kaarsjes en wierookstokjes, de naambriefjes etc. De tas is dan nog ruim genoeg voor proviand en er zit een flessenhouder aan de zijkant.
In een andere winkel koop ik een paar onigiri en thee, het inmiddels 12 uur geweest en ik krijg trek. Ik zoek een plaats om te picknicken in de zon, het is lekker warm, meer dan 20° vermoed ik. Ik ga over een knaloranje bruggetje langs een kleine Shintoschrijn en vind een mooi plekje op een boomstam aan een vijver. Even later komt Shilly ook aangewandeld. Die had hetzelfde idee blijkbaar. Ze komt erbij zitten en we praten wat over haar en mijn plannen. Ze wil weer van alles weten over het Japans. Ze heeft een hele korte beginnerscursus gedaan, waarin ze voornamelijk de basiswoorden heeft geleerd te spreken en te verstaan. Ze weet nog niets van het Japanse schrift, de kanji, het hiragana en katakana. Ik leen haar zolang mijn Japanse taalgidsje van Lonely Planet, dat is in Engels-Japans en raad haar aan zoiets te kopen. We spreken af om elkaar weer te zien na de Akijan meditatie in PC kamer, waar ik haar nog wat meer kan uitleggen.


Bruggetje naar Shintoschrijn


Een Shinto poort

Picknicken met Shilly
Daarna ga ik naar het centrale tempel complex van Koyasan, Dai Garan, gesticht door Kōbō Daishi zelf. Hier moet ik weer entree betalen. Ik koop 2 kaartje voor ¥500: 1 voor de Kondo, de hal waar alle belangrijke ceremonies van Koyasan worden gehouden en 1 voor de Konpon Daito, de belangrijkste pagode. Daarbinnen staat een werkelijk schitterende, driedimensionale mandala. Dainichi Nyorai, de kosmische Boedddha staat daar omringd door beelden en schilderingen op pilaren. Er mag jammer genoeg niet gefotografeerd worden. Ik brand hier kaarsjes en wierook en lees zachtjes de Hart Soetra en eindig met 3x de Gohōgō: Namu daishi Henjō kongō.
Ik haal mijn stempel bij de nōkyōsho en kijk verder rond bij de andere gebouwen. Ik maak van een stel Chinese toeristen een foto voor de pagode en zij maken een foto van mij. Er komt een groepje monniken in witte gewaden op geta uit de Kondo en ze gaan de nōkyōsho binnen. Het fascineert me allemaal enorm wat ik hier zie en ik zou willen dat ik er meer over wist. Ik ben echt een beginneling, een totale leek op dit gebied. Ik neem me voor om er meer over te gaan lezen. Voorlopig weet ik alleen dat ik me goed voel in deze wereld van het Shingon Boeddhisme.
Monniken in Dai Garan

Konpon Daito
Geta voor de deur van de nōkyōsho
Hiervandaan is het maar 2 kilometer naar misschien wel de kleinste tempel. Die staat aan de rand van Koyasan en heet Nyonindo. Het was een tempel speciaal voor vrouwen, omdat Koyasan in de eerste plaats alleen een klooster voor mannen was. Het was tot 1872 verboden voor vrouwen om in Koyasan te komen. Daarom waren er 7 tempels aan de rand van Koyasan gebouwd. Daarvan is alleen deze over. Nyonindo ziet er klein en onbeduidend uit, maar het is er binnen wel gezellig. Er zitten 2 aardige, goedlachse mannen achter het loket van de nōkyōsho, die van alles van me willen weten en me heel veel geluk wensen op mijn henro.

Nyonindo, de vrouwentempel

Jizō Bosatsu tegenover Nyonindo

Langs de weg naar Togukawa Mausoleum
Als laatste staat het Tokugawa Mausoleum op mijn programma. Deze tempel werd gebouwd in 1643 door Tokugawa Iemitsu, de 3e shogun van deze familie ter nagedachtenis aan zijn vader Hidetada. Hij deed er 20 jaar over. Het ligt op een heuvel en is niet vam binnen te bezichtigen, de hekken ervoor zijn dicht. Volgens de folder lijkt het daarbinnen op de Toshogu Schrijn in Nikko, gedecoreerd met bladgoud en zilververf. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, Jaap en ik hebben in 2007 in Nikko alles uitvoerig bekeken. Ook hier krijg ik de stempel van een vriendelijke man. Ik vraag of ik hem op de foto mag zetten: Shashin o totte mo ii desu ka. Dat vindt hij goed en hij gaat er even speciaal voor zitten met mijn boek opengeslagen.

Het Togukawa Mausoleum

Detail van het dak van de poort

Een aardige nōkyōsho-san
Om 16.15 ben ik terug in Ekōin, op tijd voor de Akijan meditatie. Dit keer krijg ik geen slaap en ik kan goed blijven zitten in de halve lotus, maar ik krijg tegen het eind 3 keer een hoestbui. Misschien door de wierook hier? Ik heb gemerkt dat sommige soorten op mijn longen slaan.
Na het eten ga ik naar de PC-kamer voor mijn afspraak met Shilly. Ze is 27 jaar en heeft psychologie gestudeerd. Ze kon in Engeland geen werk vinden en heeft besloten om in Japan Engelse les te gaan geven aan kinderen. Ze wacht nog steeds op een mail van het uitzendbureau. Ondertussen wil ze meer Japans leren en ik vertel haar wat over het Japanse schrift en hoe het zit met de uitspraak van kanji, de Chinese karakters.
Als ze weg is check ik mijn mail en werk mijn album op Facebook bij. In het kantoor praat ik nog wat met Bodu-san en ik maak gelijk een reservering voor 2 nachten na mijn henro. Ik hoop hier op 20 mei, mijn vaders geboortedag, terug te zijn.

Neko!

Op weg terug naar Ekōin

Het pad omhoog naar een Shintoschrijn
Na het bad ga ik mijn koffer en rugzak pakken. Alles wat ik niet nodig heb tijdens de henro gaat in mijn grote, rode koffer. Daarin zitten mijn kleren etc. voor Tokyo, waar ik na mijn henro nog 10 dagen ga doorbrengen. De koffer mag hier zolang blijven staan, no charge. Het is nog een hele uitzoekerij, wat ik wel of niet meeneem. Altijd een dilemma: zal ik het nodig hebben of niet? Mijn Lonely Planet taalgidsje neem ik toch maar mee, maar andere boekjes en paparassen laat ik achter. En als ik straks echt iets niet gebruik, stuur ik het per post terug naar Ekōin. Of direct naar huis. Mijn rugzak weegt nog geen 6 kg en de schoudertas weegt minstens 2 kg als hij vol zit. Ik heb thuis steeds getraind met rugzak en een volle schoudertas, dus dat gaat wel lukken. Het loopt zelfs wat prettiger omdat het gewicht wat verdeeld is waardoor je in evenwicht bent.

Zo ga ik toch weer laat slapen. Ik besluit om niet naar de ochtendceremonies te gaan. Ik wil een beetje uitslapen, want morgen heb ik een lange reis voor de boeg naar Shikoku. Ik heb 's middags bij het Informatiecentrum naar de treintijden geinformeerd en kreeg een uitgebreide print met het reisschema. De man die me hielp zette met potlood bij alle Japanse namen van de stations, waar ik moet overstappen, keurig de vertaling in het Romaans erbij. Ik kan morgen bij het cablecar station een kortingskaartje kopen voor zowel de cablecar als de trein naar Wakayama haven en de veerboot naar Tokushima: slechts ¥2000 (= € 16).

Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.
< Dag 2