< Dag 61  
Dag 62 Vrijdag 17 mei De cirkel is rond
Shukubo Gokurakuji, Naruto-shi - ¥ 6300 tatamikamer met toilet en wastafel, diner en ontbijt
Tempels: 1 Ryōzenji 霊山寺, tempel 2 Gokurakuji 極楽寺
Afstand: 8 km/ JR Kōtoku Line: Bandō-eki > Tokushima-eki > Hotel Clement

Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.
Ik schrik ineens wakker, o jee heb ik me verslapen? Nee, het is pas half zes. De ochtenddienst begint om zes uur. Ik sta op en schiet in de kleren. Wat fijn dat ik mijn eigen wc en wastafel heb. Ik moet er wel voor naar buiten en maak gelijk een klein ochtendwandelingetje achter de shukubo. En verrassing: even verderop staat een kikker met twee kleintjes op haar rug. Ze zit voor een opening in de rotswand, maar daar waag ik me niet in zonder zaklantaarn. Een mooi begin van deze dag!
Ik pak mijn gidsje waar de teksten van van de soetra's in staan en ga naar de hal. Twee henrosan zitten al te wachten. Akira-san is er nog niet. Hij zal toch wel komen? De henrosan die wat Engels spreekt gaat hem roepen en even later zijn we compleet en lopen we achter een jonge monnik binnendoor via vier trappen omhoog naar de hondō.
Wij gaan naast elkaar op een kussen voor het altaar zitten. Een oudere monnik, de hoofdmonnik neem ik aan, zit links voor ons. Hij slaat op de klankschaal en reciteert samen met de jonge monnik. Ik herken de tekst niet, maar even later beginnen ze met de hart soetra en die doe ik mee, uit de gids weliswaar, want ik ken hem nog steeds niet uit mijn hoofd. Na de hart soetra doen we drie maal Kōmyō Shingon en Gohōgō. De andere drie zijn duidelijk nog beginnelingen. Als we daarmee klaar zijn vertrekt de jonge monnik en de hoofdmonnik vertelt een kort verhaal over Kūkai die de henro voor het eerst liep en hoe sommige tempels aan hun naam komen. En waarom Kūkai, die eigenlijk Mao heette, deze naam koos. Kū kai betekent hemel en zee. Dat was op Kaap Muroto waar hij heel lang in een grot heeft zitten mediteren en alleen de oceaan en de lucht zag.Ik hebniet alles kunne verstaan, maar Akira-san vertaalt onder het ontbijt nog wat dingen voor me. En hij vertelt dat hij heeft besloten om vandaag toch eerst naar tempels 3 t/m 6 te wandelen. En dan verder, hij denkt dat hij tempel 12 wel kan halen. En hij heeft maar een week en draagt nieuwe lage sportschoenen. Daar komt hij vast niet ver mee in de bergen tijdens een regenbui. Na zijn studie wil hij de hele henro gaan doen. Nou hij moet maar veel gaan trainen!
Terug op mijn kamer bel ik Hotel Clement in Tokushima en reserveer een kamer voor vanavond. Daarna stuur ik een mail naar Ekōin om te vragen of ik er morgen al terecht kan tot 21 mei.
Ik reken met jonge monnik ¥ 6300 af en praat nog wat met hem. Het was een goed beslissing om mijn laatste nacht van de henro hier te overnachten ter afsluiting. Ik voel me zo thuis in een shukubo. Hij vindt het leuk om met me op de foto te gaan ten afscheid en wenst me een goede reis naar Koyasan en een behouden thuiskomst.




Om acht uur ga mijn rituelen doen boven bij de hondō en de Daishi-dō. Men komt hier ook bidden voor een voorspoedige bevalling. Ik kan me niet eens meer herinneren dat ik hier bijna twee maanden geleden boven ben geweest. Alles was toen zo vreemd en onwennig. Onderaan de trap naar de hondō word ik gefeliciteerd met mijn kechigan door een groepje van vier auto-henrosan. Eén vrouw blijft mijn hand maar schudden en zeggen: Sugoi, subarashii! Geweldig, schitterend!
De tuin hier is prachtig aangelegd en heet Unkai no Jōdo, Het Zuivere Land op een Wolkenveld, en die herinner ik me nog wel.
Maar de eeuwenoude cederboom die hier staat heb ik toen gemist. Deze ceder heet Chōmei Sugi en Kūkai zou die zelf nog geplant hebben. Het is een Natural Commemorative Object of Naruto, dus een zeer beschermde boom. Je mag er niet aankomen, maar wel de touwen en linten die om de boom zitten aanraken. Dat doen de mensen die hier komen bidden voor een lang leven. Ik brand er een kaarsje in het kastje naast de boom en vraag om een lang leven.
In de nōkyōsho, die hier buiten de poort staat, haal ik geen tweede stempel maar wel een extra osugata, het plaatje van de honzon. Hierna wil ik eerst wat eten, ik heb al weer trek na het lichte ontbijt. Ik loop het pad op langs de begraafplaats richting Konsenji en eet daar in de schaduw mijn laatste müsli met sinassap. Ook dit deed ik de eerste dag, hier zitten en wat eten en drinken. Dat weet ik nog goed, ik genoot zo van alles en de zon was nog niet zo heet, het was het begin van de lente, 21 maart. En nu is het pas negen uur en begint het al goed warm te worden.
En nu door naar Ryōzenji. Dit zijn echt mijn allerlaatste loodjes. Ik ben blij dat het maar een paar kilometer is. Mijn knie doet weer pijn, ik heb er een nieuwe pleister opgeplakt en neem de laatste pijnstiller.
Ik ga door de straatjes achter de hoofdweg en halverwege komen een man en een vrouw me tegemoet. Ik groet ze in het Nederlands en zeg: Ik zie waar jullie vandaan komen! De vrouw reageert gepikeerd: Hoezo? Ik herken mijn landgenoten vaak aan hun manier van lopen en hun kleding, vooral aan de korte (afrits)broek boven de knie. Ze doen een dagwandeling om een paar tempels bekijken. Ze laten me een vage kopie van een Japanse kaart zien. Er staan wat plaatsnamen in het Romaans bijgeschreven. Ze zijn gehaast, jammer, want ik had graag wat langer met ze gepraat, zoveel Nederlands heb ik hier niet kunnen spreken tot nu toe. Maar ze willen snel door naar Gokurakuji. Ik kan nog net zeggen dat ze op de goede weg zijn. Maar ik betwijfel of ze alle tempels op die kaart zullen. Ze weten niet eens dat ze op het eerste deel van een pelgrimsroute lopen en dat er speciale wegwijzers zijn. Nou ja, ze komen vast wel langs een paar mooie tempels. Ik wens ze een fijne wandeling.
Ik kom bij de tempel via het straatje waar op de hoek Kadoya Ryokan staat. Daar sliep ik mijn eerste nacht op Shikoku. Ze hebben mij toen de adapter geleend om mijn iPhone op te laden. Ik wil hem nu teruggeven, maar ze zijn niet thuis, alle deuren en ramen zitten potdicht. Straks op weg naar het station nog maar eens kijken.
Om half 10 sta ik voor Ryōzenji. Natuurlijk ga ik op de foto voor de poort en naast de etalagepop. Mensen die net aankomen met de auto willen me graag fotograferen. Ik luid de bel en begroet de kikker van de wasplaats, die herinner ik me nog goed. Na de rituelen en het dankgebed voor mijn geslaagde henro bij het grote beeld van Kūkai ga ik alles hier nog eens goed bekijken. De Jūsanbutsu, de dertien beelden van Boeddha bijvoorbeeld, die op een rij naast de hondō staan. En de vijver met de koi en met de knielende beeldjes waar je muntjes naar kunt gooien. Het brengt geluk als je muntjes in de schalen van de beeldjes terechtkomen. Ik gooi er weer naast...
In de winkel naast de hondō, die tevens nōkyōsho is haal ik mijn tweede stempel, die wordt gezet op de lege bladzijde na tempel 88. Dat is het bewijs in mijn nōkyōchō, stempelboek, dat ik de cirkel heb rondgemaakt. In de winkel is een zitje en daar krijg ik een kopje thee en mag ik mijn naam, leeftijd. adres en mijn begin- en einddatum in het henro-logboek schrijven.
Ik ben hier klaar, maar ik kan nog geen afscheid nemen. Ik loop nog zeker drie keer de tempel rond, bekijk van alles en en ga weer even zitten om tot me door te laten dringen dat ik echt helemaal rond ben en nu klaar ben en weg moet gaan. Ik kijk naar een klein meisje die met haar opa hier de grote koi in de vijver komt voeren. Kawaii... En ik moet aan Indy denken toen ze zo klein was en ook zo schattig. Ik krijg er tranen van in mijn ogen. Ik maak foto's van het meisje en als ze dat in de gaten krijgt, gaan gelijk haar twee vingertjes met het V-teken in de lucht, dat leren ze hier als baby al!
En dan loop ik met tegenzin de poort door, buig, vouw mijn handen voor de laatste keer en zeg gasshō.
Ik moet echt gaan, maar eerst nog even koffie in het zaakje naast de ingang, waar ik de eerste keer zat toen ik mijn henro-outfit had gekocht. Het meisje dat er werkt herkent me nog. Ik koop een kikkerhangertje voor mezelf en een schildpadhanger voor het echtpaar van Kadoya. Ik doe het in een mooi zakje bij het stekkertje en mijn naambriefje met bedankje erop. In de winkel ernaast praat ik met de vrouw daar, ze spreekt aardig Engels. Ze feliciteert me, pakt een nieuwe stok en houdt mijn stok ertegen aan. Hij is zeker 3 cm afgesleten!


Pas om half twaalf steek ik de weg over en maak een laatste foto vanaf de overkant. Even later sta ik bij Kadoya voor de deur, maar zijn ze nog niet thuis. Ik hang het tasje met de schildpad en het stekkertje aan de brievenbus. Dan nog een laatste blik achterom naar de tempel aan het eind van de straat en op weg naar Bandō-eki. Ik kan mijn vertrek echt niet langer uitstellen. In een mum van tijd sta ik voor het station en ik koop een kaartje naar Tokushima. De trein komt pas om 13 uur en ik ga naar het restaurantje ertegenover. Ze maken er okonomiyako, Japanse pannekoek. En die heb ik, raar maar waar, nog nooit gegeten. Joost had het er steeds over, hoe lekker dat is en dat ze die in Sen Guest House gemaakt hadden.



Ik bestel er een met alleen groente, dat wordt dus mijn eerste okonomiyaki. De andere klanten, een paar vrouwen, zijn vol belangstelling en willen van alles van me weten. Een oude vrouw geeft me een zelfgenaaid zakje met snoepjes erin. Okusan biedt me een kopje groene thee aan en haar man geeft me een groot blauw vel papier waar ik mijn naam, leeftijd enzovoort op moet schrijven met een boodschap erbij. Ik schrijf in mijn beste Japans dat de henro erg aangenaam was, maar ook erg zwaar. Iedereen in de zaak krijgt het te lezen en ze zijn allemaal vol lof: Sugoi en Nihongo jōzu! Daarna wordt het papier aan de muur gehangen naast alle andere brieven van henrosan. De man doet me aan Toon denken, hij lachte net zo hinnikend en heeft dan dezelfde uitdrukking op zijn gezicht.
De pannekoek smaakt me prima, ik ga dat straks in Tokyo vaker eten denk ik. Okusan poseert voor de deur van hun zaakje en doet haar jasje uit de opdruk om haar t-shirt te laten fotograferen: Een henrosan met Itsumo issho, samen is goed.



Als het tijd is voor mijn trein loopt 'Toon' met mee naar het perron en blijft wachten tot ik veilig en wel in de trein zit. En hij zwaait me uit, dit is toch wel een hartverwarmend afscheid van Naruto!
Gelijk met mij is er een henrosan ingestapt en hij gaat op de bank naast me zitten. Hij komt uit Tokyo en heeft een dag gewandeld. Hij heeft alles nieuw gekocht en zit de hele tijd onwennig en zenuwachtig met alles te rommelen en opnieuw in te pakken. Hij gaat weer naar huis met zijn spullen. Hij lijkt verward, zweet als een otter, hij heeft behoorlijk last van de hitte. Ik hou hem nog eventjes in de gaten als we aankomen in Tokushima, maar verlies hem in de stationshal al snel uit het oog.


Ik ga eerst naar Starbucks en drink een caffe latte. Ik krijg WIFI daar wel aan de praat, maar de fotostream doet het niet. Even later komt de man uit de trein binnen, hij is wat rustiger zo te zien en bestelt een kopje kofffie. Hij wacht op de bus naar Osaka, waar vandaan hij de Shinkansen neemt naar Tokyo. Ik wens hem goede reis.
Om half drie ga ik een deurtje verder naar Hotel Clement. Ik heb kamer 1103, op de 11e verdieping dus. Mijn kamer heeft een mooi uitzicht over de stad. Maar het is wel een kamer waar gerookt is. Ze hadden helaas geen no-smoking kamers vrij. Het beddengoed stinkt naar rook. Ik doe het raam wijd open en bel met de housekeeping. Een man komt en ik laat hem de kussens ruiken en vraag of ik alsjeblieft schone kussenslopen kan krijgen. Even later komt hij terug met schone slopen en met een spuitbus tegen de stank, wat attent van hem. Ik bespuit het bed en de gordijnen en brand wat wierook. De airco zet ik op flink koelen, want het is erg warm in de kamer, de zon staat de hele middag op mijn raam.
Ik doe mijn wasje in het bad, ze hebben hier geen wasmachine voor de gasten, zoals in veel ryokan en minshuku. Daar het het Clement veel te chic voor.



Daarna ga ik winkelen, op slippers. Er is een Shopping Mall tegenover het station. Ik koop wandel-teensokken van Coolmax. Maar geen nieuwe slippers en geen nieuwe broek. Het is de moeite niet meer. Morgen ben ik in Koyasan en daar wacht mijn koffer vol andere kleding en sandalen. Het zal wel wennen zijn na twee maanden in dezelfde kleren. Ik voel me wat onzeker zonder mijn stok, steeds als ik weer doorloop in de winkels denk ik: Ik vergeet iets, mijn hand is leeg. Ik ben niet meer gewend om beide handen vrij te hebben, het voelt een beetje onveilig, Kūkai was echt letterlijk mijn steun en toeverlaat.
Ik neemde roltrap naar het dak van de Mall en kijk er rond, er staan allerlei speelautomaten en buiten is een speelplaats voor de kinderen. Er staat zelfs een kleine jinja. Verder geen mens te zien hierboven. Wel een paar hondjes in een kooi. Zijn die te koop of zijn ze hier zolang gestald terwijl hun baasje aan het shoppen zijn?



Weer beneden ga ik nog wat rondlopen in de stad, door een overdekte winkelstraat en de brug over richting Mount Bizan, maar ga al snel weer terug, ik heb eigenlijk helemaal geen zin in sightseeën. Ik vind het allemaal al snel te druk. Bij een supermarkt koop ik yoghurt en volkoren cornflakes voor mijn ontbijt morgen. En als diner neem ik instant udon, van die dikke met vlees, een klein flesje sake erbij en een lekker toetje met slagroom. Dat is mijn feestmaal om mijn laatste dag op Shikoku te vieren.

Het schemert al en als ik terug ben bij het hotel is het donker. Voor het station zit een man met een ukelele te zingen. Een groepje schoolmeisjes staat er bij te giechelen en foto's te maken. Ik spreek hem aan, hij is geen Japanner, maar komt uit Zuid-Amerika en spreekt goed Engels. De snor en bakkebaarden heeft hij op zijn gezcht geschilderd. Het is een grappige man. Ik geef hem wat geld en wens hem succes met zijn optredens.
Terug op mijn kamer installeer ik me met mijn maaltijd voor de TV met mijn voeten op de stoel. Heerlijk zo relaxen, mijn voeten gloeien helemaal. Ik ben blij dat ik niet meer in deze hitte grote afstanden hoef te lopen, eind mei is hier wat mij betreft hier al het maximum qua temperatuur. Dat sommige henrosan de tocht in de zomer doen, lijkt me echt gekkenwerk.
Morgen neem ik om kwart over tien de bus naar de haven. De Ferry gaat om elf uur naar Wakayama. Ik ben dan rond twee uur in Koyasan. Ik krijg een mail van Ekōin dat ik een dag eerder in mijn kamer kan. Dus ik heb daar lkan lekker vier dagen de tijd om bij te komen en af te kicken van Shikoku en de henro.
Na het eten ga ik in de ofuro en vroeg naar bed, ik ben bekaf van een halve dag in een grote stad. Hoe moet dat in Tokyo straks? Veel de parken in, denk ik maar.
Klik hier voor alle foto's van deze dag in een diashow / Click here for all pictures of this day in a slideshow.

< Dag 61